De kleine meid en de kassameneer
Met T naar de OK.
Bij de kassa wisselen we van kar, ze zit erin, bovenop de melk.
“Eerst de melk kassameneer aub”, vraagt ze
“Watblieft?”
“Eerst de melk bliepen, dan kan ik erop zitten in de andere kar” (roloog)
“OK”
“Dank u”, zegt ze “en nu de rest”
Terwijl er gescand wordt, praat ze rustig verder “en nu scant u de wijn, bliep, en nu de fish sticks, bliep, en nu de hespenworst, bliep, en nu de chips, bliep, bliep, bliep, en bliep, want we hebben er vier…”
De kassameneer verliest zijn geduld niet! “Klaar”, zegt hij na een tijdje
“Niet klaar”, zegt ze, “Je bent het water vergeten, onderaan”
“Oh sorry”, zegt de kassameneer
“Niet erg, u kan bliepen”
“Betalen doet mama wel”
Daag Kassameneer
Dag meisje, tot devolgende keer…
Zoektocht naar worstenbroodjes
Zondagochtend, ze willen worstenbroodjes.
We hebben al 2 bakkers bezocht, zonder resultaat.
Op naar de bakker in Vossem, maar mama weet niet goed waar die is.
zij: “Ik weet wel waar die is”
hij: “Maar nee, ij weet dat niet”
zij: “Jawel ik weet het, ik wijs de weg wel”
hij (neerbuigend): “Maar jij bent daar veel te klein voor, jij kan zoiets niet onthouden”
zij (venijniger): “Jawel ik weet het wel”
hij (belerend): “Weet jij al hoeveel 10 + 10 is?”
zij: “Tja ik kan ook niet alles weten hé broer”
1 -0 voor haar
hij (ten einde raad): “Je bent een dikke leugenaar”
zij (verontwaardigd): “Mamaaa, hij zegt dat ik dik ben…”
meisjes blijven meisjes
Cool
“Je bent cool mama” “We hebben vandaag supercole dingen gedaan”
(op de bus zitten, naar de film gaan, kindjes troosten, cola drinken, cola uitplassen en pensen bakken
)
Schoen verslaafd?
Vannacht ben ik ze gaan toedekken en wat lag er mee onder haar dekentjes…?
Haar schoenen!
tja…
Droom
“Heb vannacht van de prinsessen gedroomd mama”
“Ah leuk zeg, en wat deden ze in je droom?”
“Ah, hun paleis kuisen, tiens”
Razend
Praktijtest van opvoedtip
Peuterpuberteit slideset 4 page 3: “Als je kind boos, toen je begrip voor zijn gevoelens, maar maak je toch jouw standpunt bekend en wat je van hem verlangt”.
Zeg dus “ik begrijp dat je boos bent, maar nu moet je toch meekomen” en Niet “Hou op met uw gezaag en kom mee”
Praktijk
Ridder is boos en wil niet meer verder eten dus:
“Schat ik begrijp dat je boos bent, maar je moet nu toch verder je bordje leegeten zodat we op tijd in bad kunnen”
Ridder gromt luider en roept:
“Mama ik ben NIET boos, ik ben RAZEND”
Acht jaar geleden…
“Toen droeg jij een prinsessenjurk hé mama?”
“Met een sluier en ook van die mooie lange “handige schoenen”"
“Mag ik ze later ook eens passen?”
“En ik, waar was ik dan?” “Ik was er toch bij hé mama, op het feest?”